Vrijhof Oostwaard

Een voormalige kloosteruithof

De abdij Oudwijk bij Utrecht in welstand, prent, ca. 1839. De Sint-Stevensabdij, gebaseerd op een stadsplattegrond uit circa 1572.

Van eind twaalfde eeuw tot de reformatie van 1580 was Oostwaard een kloosteruithof van de Sint-Stevensabdij, een Benedictinessenklooster in Oudwijk bij Utrecht. Eeuwenlang bood kloosteruithof Oostwaard, buiten de stad Utrecht, voedselvoorziening. Als versterkte hofstede gaf het daarnaast bescherming en ontspanning aan de nonnen, zo blijkt uit diverse bronnen. De familie (van) Oostwaard fungeerde hier zo’n 300 jaar als pachtboer. Eerst pachtten zij van het klooster en na de reformatie van de opeenvolgende ‘Heren van Oostwaard’. De laatste verpachter in de 20ste eeuw was de Utrechtse (levens)verzekeringsmaatschappij AMEV/ASR.

Een kleinzoon was de bekende ‘bakker van Oostwaard’, afgebeeld op een schilderij van Jan Steen in 1658 (zie hieronder).

Na de reformatie kwam Oostwaard vanaf 1698 in handen van diverse Amsterdamse kooplieden. Zij noemden zich ‘Heer van Oostwaard’ en bleven Oostwaard verpachten, maar hebben er zelf nooit gewoond.

Bekende verpachters waren de families Regout en Van Kempen, waar grootvader Huig Peek ook mee heeft gecorrespondeerd. Die correspondentie bevindt zich in Het Nieuwe Instituut te Rotterdam. De laatste verpachter was verzekeringsmaatschappij ASR.

Na een brand in 1922 is Oostwaard met behoud van de meeste, vaak nog dertiende-eeuwse, muren weer opgebouwd onder leiding van de bekende architect J.W. Hanrath en begon de familie Peek als de nieuwe pachter op de boerderij.

De naam Oostwaard, zoals Hanrath die tekende voor de gevelsteen in 1922.
Oostwaard aan de Vegt, Schoemaker Atlas: Kastelen, Oostwaard, 1710-1735, Koninklijke Bibliotheek.

De bakker van Oostwaard

Bakker Arent Oostwaard en zijn vrouw Catharina Keizerswaard, Jan Havicksz. Steen, 1658, Rijksmuseum, Amsterdam.

De bakkerij van Catharina en Arent, telg van de familie Oostwaard, is begroeid met druivenranken. De schilder laat daarmee zien dat hier overvloed is: veel en goed brood, lekker bij de wijn.

Een jongetje (de zoon van schilder Jan Steen) blaast op een schaapshoorn om de buurt te laten weten dat de warme broodjes op de toonbank liggen af te koelen. Precies boven de hoorn ligt een groep kadetjes, als was het een druiventros uit de hoorn des overvloeds.

Arent schuift de laatste broden van zijn schep en nonchalant neemt Catharina een zogenaamde ‘zottinnenkoek’ uit het mandje.

Zilveren munt van Bisdom Utrecht

Bij archeologisch onderzoek onder supervisie van de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed is in 2013 onder de vloer van het voorhuis in het hoofdgebouw van hofstede Oostwaard een zeldzame zilveren munt van bisschop David van Bourgondië uit 1471 gevonden. De munt is geslagen in Deventer, deel van het bisdom. Het bisdom Utrecht, en dus ook Oostwaard, behoorde toen tot het Bourgondische hertogdom.

Bron: Middeleeuws Oostwerde onder de vloer, RAAP-rapport 3080, januari 2016.

Vikingzwaard

In 1941 is bij een afgraving in het (voormalige) land van Oostwaard, iets ten westen van de hofstede, een vikingzwaard gevonden. Het zwaard dateert van de periode 950-1050, is ruim 90 cm lang en voorzien van merktekens. Het bevindt zich nu in de collectie van het Centraal Museum Utrecht.

Inv.nr. 8783, Anoniem, Vikingzwaard, 950-1050, ijzer, gesmeed, Collectie Centraal Museum, Utrecht; schenking 1941.

© Centraal Museum Utrecht